Geen inspiratie? 19 manieren om je creatieve zelfvertrouwen terug te krijgen

Laten we eerlijk zijn, we raken allemaal wel eens creatief uitgeput. Of je nou schrijver, ontwerper of conceptontwikkelaar bent, inspiratie komt niet continu aanwaaien. Maar het mooie van inspiratie is dat het overal is te vinden. Meestal op de plaatsen waar je het niet verwacht.

Speciaal voor jou zijn hier een aantal eenvoudige manieren om inspratie op te doen of weer terug te krijgen.

1. Praat met vreemden
We raken zo verstrikt in ons eigen handelen dat we denken dat we de enige persoon zijn met een verhaal. Start eens een gesprek met de dame naast je in de trein, schud de hand van de man achter de bar of maak een praatje met die gast die je tegenkomt wanneer je de hond uitlaat. Grote kans dat ook zij een verhaal hebben.

2. Koop een magazine of boek dat je normaal niet leest
Hou je van boeken over markteting? Lees dan eens fictie. Wissel van genre en de ideeën zullen rijkelijk vloeien.

3. Ga naar een seminar
Waar je je ook voor interesseert, er zijn vast conferenties en seminars over. Luister naar de verhalen van sprekers die succesvol zijn in wat jij doet.

4. Bezoek een andere stad
De wereld is zoveel groter dan wat jij hebt gezien. Een nieuwe stad is je wake-up call dat andere mensen, culturen en ideeën onze maatschappij definitie geven.

5. Breng een uur in stilte door
Het is lastig inspiratie te vinden als er altijd iets of iemand je aandacht vraagt. Besteed eens een uur aan jezelf en aan je gedachten. Kom terug met een leeg hoofd dat zich kan vullen met nieuwe ideeën.

6. Lees biografieën van mensen die je bewondert
Deze mensen hadden of hebben dezelfde hoeveelheid tijd als jij. Ze bezitten ook geen superpowers maar zijn simpelweg vastbesloten om het meeste uit hun tijd te halen. Waar wacht je nog op?

7. Bekijk een documentaire
Dit is het echte leven.

8. Beweeg
Zodra je uitgeput raakt ontmoet je de grenzen van je kunnen en ben je bereid om een ander perspectief te accepteren. Ga sporten en zet je creativiteit weer aan.

9. Schrijf je dromen op
Wat zou je doen als je de tijd en de middelen had? Wat zou je doen als er geen beperkingen zijn?

10. Wees optimistisch
Negativiteit verkloot je potentieel.

11. Schrijf alles op
Je staat versteld van hoe snel je geest je vertelt waarom je iets niet kunt. Wanneer dat gebeurt, laat het toe en schrijf het toch gewoon maar eens op.

12. Sta vroeg op
Er is iets moois aan vroeg beginnen terwijl iedereen nog ligt te slapen. Ik garandeer je dat je beste uren de uren zijn voordat de zon opkomt.

13. Doe iets aardigs voor iemand
Onderzoekers aan de Yorkse universiteit in Engeland hebben ontdekt dat mensen die een hele week lang iedere dag iets aardigs doen voor een ander, zich gelukkiger en zelfverzekerder gaan voelen. Ook na die ene week waren de voordelen nog een half jaar voelbaar. Serieus.

14. Neem foto’s
Je hoeft geen pro te zijn, maar door via een lens naar de wereld te kijken helpt het je perspectief op dagelijkse dingen te veranderen.

15. Kijk naar het verleden
Wat inspireerde je vroeger? Wat deed je waar je gek op was? Wat is het beste wat je ooit hebt bedacht? Wees bij vooruit kijken niet bang voor een terugblik naar gebeurtenissen uit het verleden die ervoor hebben gezorgd dat je bent waar je nu bent.

16. Werk samen met anderen
Delen levert gesprekken op. Gesprekken leveren ideeën op.

17. Wees spontaan
Ook al geeft het je een paniekaanval.

18. Lees quotes
Mensen hebben ooit behoorlijk slimme dingen gezegd.

19. Luister naar muziek
Muziek is niet per ongeluk geschreven. De woorden, de melodieën, ze komen allemaal samen in een goed gesmeed verhaal. TV uit, Spotify aan.

Aanvullingen, anyone?

Mijn probleem met ‘passie’

Ieder identity-vraagstuk begint zo’n beetje met de zoektocht naar kernwaarden. We hebben daar slimme maniertjes voor. Eenvoudige, compacte methodieken waarbij we samen met de klant op zoek gaan naar woorden die de klantorganisatie of het merk zo goed mogelijk beschrijven. Maar er is één woord dat altijd op de shortlist verschijnt:

‘Passie’.

Waarschijnlijk met een goede reden. Het is best een sterk woord. In de meeste gevallen beschrijft het daadwerkelijk onze klanten. Ze zijn gepassioneerd genoeg om naar VIS te komen, gepassioneerd genoeg om in hun merk te investeren en ze waren in ieder geval ooit gepassioneerd genoeg om een bedrijf te starten.

Gepassioneerd was ik ooit ook. En ook al geef ik misschien de indruk dat ik dat nog steeds ben, ik zal hier en nu bekennen: ik ben het niet. Ik hou het bij 90 procent van de tijd. Misschien 85. Ik bedoel 80. Ik ben de fanatieke sporter die vanavond vergat naar de sportschool te gaan, maar toen ik erachter kwam dat ik het vergeten was, nog steeds niet ging. Ik ben de geheelonthouder die net nog een borrel dronk. Of drie.

Om de haverklap slingeren positiviteitsgoeroes “volg je passie!” naar je hoofd, maar waar ik passie voor voel verandert om de vijf minuten. Ik word horendol als ik altijd mijn passies zou moeten volgen.

Het echte probleem met passie is niet dat het een zwak woord is of dat het niets waardevols communiceert. Het probleem met passie is dat het helemaal niet zo’n statement zou hoeven zijn. Passie is de liefde die je voelt voor hetgeen je doet. Passie betekent dat je je ding doet met goed ontwikkeld enthousiasme. Dat betekent helaas nog niet dat je ergens goed in bent. Of ooit zult zijn. Je kunt ergens gepassioneerd over zijn, maar dat betekent nog niet dat het goed voor jou is. Of voor anderen. Normaal gesproken zorgt passie an sich dan ook niet voor brood op de plank.

Passie heeft in communicatie zo’n beetje dezelfde status als ‘uniek’, ook al zo’n non-descriptor. Een overgebruikt containerbegrip dat z’n glans heeft verloren. Uiteindelijk zouden ondernemers, leiders en bedrijfseigenaren sowieso gepassioneerd moeten zijn. De meesten zijn dat gelukkig ook. Maar als iedereen het is is het geen onderscheidende eigenschap meer.

Demonstreer je passie in ieder aspect van je werk. Als je dat goed doet dan is het niet nodig er een statement van te maken. En voor de rest: reserveer wat passie voor in de slaapkamer, want daar hoort het pas écht thuis.

Vertel het met beeld

Het is geen toeval. In enkele jaren tijd zijn Instagram en Pinterest naar de top van favoriete sociale netwerken gekatapulteerd. In webdesign is het gebruik van schermvullende afbeeldingen – met of zonder parallax scrolling – nog steeds een grote trend. Per dag worden op Facebook gemiddeld 250 miljoen foto’s geplaatst. Kortom, het internet van vandaag bevestigt wat mensen al eeuwen zeggen: een beeld zegt meer dan duizend woorden.

 

Dus waarom praten we nog zo veel?

 

Als je nog steeds vertrouwt op woorden om de essentie van jouw merk uitgelegd te krijgen laat je misschien wel kansen liggen. Gebruik bijvoorbeeld de meest eerlijke en autenthieke referentie: je klant. Vertellen hoe geweldig lekker je ijsjes zijn weegt niet op tegen (een beeld van) een klein meisje met een met ijs besmeurde snoet.

 

Als beelden het beter kunnen vertellen, laat ze.

 

Het zijn de regels

Ontwerpers zijn er in allerlei soorten en maten. Sterke ontwerpers doen hun ding vrij systematisch. Zwakke ontwerpers beschouwen zichzelf vaak als kunstenaars. Zwakke ontwerpers ontwijken regels omdat ze denken dat het hen onnodige beperkingen oplegt. Dat het hun visuele genialiteit verstikt. Of omdat regels naleven niet past in hun lifestyle. Tuurlijk jongen.

Dit soort navelstaren is geweldig inheems onder amateurs. Want van alle designmissers is volgens mij de grootste die je kunt maken de verwaarlozing van regels. Of het onvermogen ze te implementeren. Deels komt dit door de houding dat mensen in creatieve beroepen hun vak ‘met swag’ zouden moeten beoefenen. Zoals vele, meestal de meer ervaren designers weten is dit aperte flauwekul. Swag is goed, maar een overdosis swag leidt tot arrogantie en zelfoverschatting.

Chaos en orde
Ik breng dit onderwerp niet ter sprake omdat in onze industrie nooit over regels wordt gesproken. Ik breng het ter sprake omdat het belang ervan vaak niet wordt begrepen. Ondanks het feit dat het centraal staat in wat ik doe bij VIS. En vakgenoten bij andere bureau’s, zo vermoed ik.

Visuele communicatie is een grappig iets. Het aantal variabelen in een ontwerpproces kan overweldigend zijn. Maar voordat er ook maar één streep op papier wordt gezet zijn al tientallen stappen gezet die op dat ontwerpproces invloed uitoefenen: de doelstellingen van de onderneming, de marketingformule, de positionering, de keuze voor de merkwaarden, de te volgen merkstrategie en mischien wel een (markt)onderzoekje of twee. Het vormt allemaal het kader voor design. De richtlijnen. Regels.

Een stukje verderop vormen weer andere regels het communicatieconcept, de contentstrategie, social media-richtlijnen, de uitwerking van de merkdragers, de whole shebang. Nóg meer regels.

Details
Dan zijn er nog de details. Details zijn een hel. Waarom? Omdat het er zo ongelofelijk veel zijn. Iedere ontwerper zal beamen dat ze variabelen, uitzonderingen en details zo vroeg mogelijk in het proces tot een minimum willen terugbrengen. Precies genoeg details draagt bij aan iets unieks. Teveel ervan resulteert in een troebel merkbeeld en is bovendien in de executie niet meer te managen.

Merken en identities zijn van zichzelf al complexe systemen. Hoe complexer het systeem, hoe meer regels je nodig hebt. Producten en merkdragers van Ikea zijn altijd herkenbaar als Ikea, omdat regels direct verbonden zijn met het nauwkeurig vastgelegde merk-DNA. Dat klinkt dan misschien niet erg ‘swag’, het is wel wat een merk herkenbaar, vertrouwd en betrouwbaar maakt.

Dus doe jezelf en je klant een groot plezier en stel wat regels op.

 

De website: het T-Fordje van internet?

In een paar decennia is de website van een militair inteeltspeeltje ontwikkeld tot een medium dat eindelijk zijn beste tijd wel heeft gehad.

In de vorige eeuw was het nog te verdedigen om een soort van archiefkast op een website te plempen. Een ziljoen pagina’s statische materie die vooral interessant was voor navelstarende gelijkgestemden, lees: medemilitairen en college-collega’s. Engagement en – vooruit – marketing verleggen al sinds jaren de focus naar de buitenwereld.

De grote zegen van social media is dat het een ingedommeld internet eens stevig heeft wakker geschud. Content is niet meer het exclusieve domein van een handjevol webmasters die tweemaal per jaar wat al te stoffige content een laatste rustplaats bezorgen. Via social media is overal en altijd goede content. Wie neemt er nog de moeite op zoek te gaan naar vergeelde pagina’s vol ronkende marketingtaal? Recentere en geloofwaardigere content bereikt je vanzelf via Facebook. En platforms als Pinterest plukken stukjes content buiten die zorgvuldig ontworpen website van je.

Social media hebben een aantrekkingskracht die traditionele websites volledig missen.

  • Gesprek: mensen (ook wel consumenten) willen de mogelijkheid een volwaardig gesprek aan te gaan, met vaak evenveel consumptie als bijdrage. Mijn inschatting is dat Facebook zonder die mogelijkheden een puisterige jongensdroom was gebleven.
  • Actualiteit: informatie van gisteren – nee, van een uur geleden – is oud. Real-time is zo’n beetje norm aan het worden.
  • Toegang: marktanalisten verwachten dat tussen nu en 2017 het mobiele dataverkeer met een factor 13 zal groeien. Wie nu nog puur desktop denkt, mag zichzelf wel eens in het gezicht slaan. Maak tenminste een responsief ontwerp dat mobiles en tablets technisch aangepaste en goed smoelende content biedt.

In die nieuwe dynamiek staat nog steeds de website, als een T-Fordje. Met een kek kleurtje inmiddels, dat wel. Maar het is echter nog net te vroeg voor euthanasie.

Een traditionele website heeft (hoera!) nog wel enig bestaansrecht:

  • Een eerste indruk: Er is nog steeds een kans dat een bezoeker door een zoekopdracht in Google op jouw website terechtkomt en niet op een van de pakweg 700 miljoen andere. Het zou jammer zijn die kans te missen.
  • Een springplank: je eigen website is de beste plaats om bezoekers te wijzen op alle mogelijkheden om de online ervaringen te delen via andere online platforms zoals sociale media.
  • Verwachting: er zijn nog steeds meer mensen op internet die sites bezoeken, dan willekeurig welk social media-platform. Wie geen website heeft, bestaat maar half.

De good old website is nog steeds een hoeksteen van de online ervaring en lijkt voorlopig die rol nog te behouden. Hoe groot het bereik van Facebook en Twitter ook is, met inbegrip van de website is dat bereik nog groter. Dus koester ‘m nog even, zolang het nog kan.

Wat? Hoe? of vooral, waarom toch?

Wat een goede theorie nodig heeft is een demonstratie die je keihard in je billen bijt. Tijdens het Branded Content Event begin februari werd heerlijk confronterend aangetoond wat auteur en antropoloog Simon Sinek bedoelt met de titel van zijn boek “Start with why”.

Zijn stelling: “Mensen reageren niet op wat je zegt, maar waarom je iets zegt.” Dat is de theorie dus. Maar de geniale essentie daarvan komt niet door in dat korte zinnetje. “Mensen reageren op elkaars drijfveren. Ons intuïtieve brein is veel belangrijker bij het ervaren van boodschappen dan ons rationele brein. Alleen als intrinsieke waarden worden geraakt komen we in beweging.” Zelfs als je het gaat uitleggen blijft het abstract. Voor een groot aantal marketingprofessionals gaan Sineks woorden leven door de pitch die FrieslandCampina had uitgeschreven om een breed publiek enthousiast te krijgen voor koude Chocomel. Drie gerenommeerde partijen legden tijdens het evenement hun plannen voor aan de zaal.

De creatieve vondsten en de uitbundige inzet van social media die de nummers één en twee (ik noem geen namen) als speerpunten voorstelden, konden rekenen op instemmend gemompel van de vakbroeders. Dingetjes, frutseltjes, handigheidjes. Helemaal op de briefing. Creatief correcte valium, van het kaliber “Oké”, u kent het wel. Voorstellen van het soort dat u daags erna al niet meer kunt reproduceren. Gelukkig was het beste tot het laatst bewaard.

Of Niels Vrijhoeven van TMG media “Start with why” heeft gelezen, durf ik niet te zeggen. Maar hij gaf wel een kijk op het bouwen van merken waar Simon Sinek trots op zou zijn geweest. Want hij verkondigt diezelfde boodschap al jaren.

De eerste vraag van beide heren is Waarom. Waarom is warme Chocomel voor jong en oud een traktatie en is datzelfde product – maar dan koud – vooral een drankje dat je na je twaalfde nauwelijks nog drinkt? Met het stellen van de goede vraag is een bruikbaar antwoord niet ver weg. Chocomel is niet een drankje dat je als volwassene in een groep drinkt, maar prima als je even geen jengelende kinderen, zeurende klanten of een veeleisend sociaal leven aan je kop wilt hebben. “Lekker in je eentje.” had Vrijhoeven zijn voorstel gedoopt. Niet geweldig gevisualiseerd, niet fancy onderbouwd. Wel spot-on. Het was geen verrassing dat de zaal het TMG-voorstel u-na-niem (op enkele meegereisde collega’s van de concurrent na) als publiekslieveling uitriep.

FrieslandCampina was al tot dezelfde conclusie gekomen. Terecht. In succesvolle branding spelen producteigenschappen en slimme kanaalkeuzes nauwelijks een rol. Zeg nu eerlijk, gaat u het merk liken als het ‘nu nog romiger’ is? Dacht het niet. Vanaf nu is Chocomel een drankje dat u eens niet aanspreekt op uw sociale rollen en verwachtingspatronen. Communicatie op basis van een reële en relevante emotie.

Het is wel voor het eerst dat Facebook niet op het lijstje ‘voor de hand liggende kanalen’ staat.

JvdS

Die eerste indruk

Ook al leren we al op jonge leeftijd om het vooral niet te doen, we doen het toch: we beoordelen een boek aan de hand van de omslag. Dit is menselijk. Het is een handige shortcut zodat we tijd en energie besparen.

50 milliseconden
Een tijdje geleden werd in Canada een bijzonder onderzoek uitgevoerd waarbij een panel vrijwilligers via een scherm verschillende websites moest beoordelen. De websites werden in flitsen van 50 milliseconden getoond en men werd gevraagd de websites te waarderen op basis van visuele aantrekkingskracht. Wat blijkt? De scores waren gelijk aan een tweede ronde, waarbij een controlegroep de gelegenheid kreeg om veel langer naar de websites te kijken.

De initiatiefnemer van het onderzoek Gitte Lindgaard verklaart dat het brein bij blootstelling aan beeldflitsen van een twintigste van een seconde wordt gedwongen om supersnel beslissingen te nemen. De impact op ons bewustzijn is groot.

Knipoog
Wat betekent dit? Het bewijst dat mensen zich een mening vormen over je website in minder tijd dan het knipperen met je ogen. En omdat het normaal menselijk gedrag is om een boek aan de hand van de omslag te beoordelen, betekent dit ook dat ze zich in een twintigste van een seconde een mening vormen over jou, of je bedrijf, je organisatie, je merk. In internetland is dit een krankzinnig belangrijk gegeven. Als de eerste twintigste van een seconde geen positieve indruk achterlaat dan zijn we erop getraind om af te haken, de backbutton te gebruiken en verder te zoeken.

Je mag dan nog wel zo’n uitzonderlijke toko hebben, een visie om door een ringetje te halen of een fantastisch op elkaar ingespeeld team, als je website niet vanaf de eerste twintigste van een seconde boeit komen je bezoekers er nooit achter.

Eerste indruk
Bij VIS houden we van het creëren van eerste indrukken. Maar nog meer dan dat, we houden van het creëren van eerste indrukken die de geest van je merk weten te vangen. In die eerste 50 milliseconden willen we dat men iets van je opsteekt. Iets geweldigs.

Onze eigen nieuwe website gaat op 21 december de lucht in. Na zes jaar nemen we afscheid van wat ooit de grootste één-paginawebsite ter wereld was. Zowel ons publiek als wijzelf hadden er een haat-liefdeverhouding mee, maar er werd wel over gepraat. Mission accomplished. De nieuwe website moet weer een verpletterende indruk achterlaten. In ieder geval een twintigste van een seconde.